Imkerij De Bijenhof 

 sinds 1980 

Zwermen

Voortplanting van het bijenvolk
Inleiding
Als een bijenvolk gezond uit de winter komt is het sterk verzwakt. Niet alle bijen die de winter ingingen waren winterbijen. Zij hebben het voorjaar niet gehaald, maar zijn halverwege dood gegaan. Daardoor is het aantal bijen teruggelopen tot soms wel 50%. In getallen uitgedrukt: een volk bestaat in februari soms nog niet eens uit 1000 individuen. De eerste optie van een vitaal volk is dus in aantal te groeien. Vooral bij bijen van het carnica-ras lukt dat vaak onvoorstelbaar snel. Als de omstandigheden gunstig zijn volgt dan als nel de drang zich te vermenigvuldigen. Dit reproductieproces heet bij bijen "zwermen".
De drang om te zwermen is niet bij alle bijenvolken even groot. Vooral buckfastbijen heten zwermtraag te zijn.
Vanouds zijn de maanden mei en juni bekend als een tijd waarin zwermen te verwachten zijn. De laatste jaren echter zij al vele malen zwermen waargenomen in april. Maar ook in augustus komen nog wel zwermen voor. Normaal is dat na de langste dag de zwermdrift afneemt.

Hoe het begint
Voordat een volk overgaat tot zwermen en er dus veel bijen het nest verlaten zorgt het ervoor dat achterblijvers niet onverzorgd achterblijven. Er wordt dus gezorgd voor voldoende voorraad voedsel (honing). Het stuifmeelgebruik zal teruglopen omdat er enige tijd geen larven meer behoeven te worden gevoed. Dus dreigt er bederf van aanwezig stuifmeel. Om dat te voorkomen worden alle cellen die stuifmeel bevatten voorzien van een dun laagje honing dat indroogt, waardoor de oppervlakten er glimmend uitzien. Het ziet er uit of de oppervlakte geglazuurd is. Dit is een duidelijk teken dat er een zwerm te verwachten is. Er moeten voldoende jonge bijen aanwezig zijn om een langere periode te overbruggen. Immers de koningin vertrekt met de zwerm en het duurt enige tijd tot er weer een nieuwe koningin is die in staat is eitjes te leggen.
Tenslotte moeten er geslachtsrijpe darren aanwezig zijn. Als dat niet het geval is zal de nieuwe koningin niet kunnen paren en dus niet in staat zijn tot normale ei-productie.
Het is overigens niet de bedoeling dat de eigen darren van een volk zullen paren met de nieuwe koningin. Dat zou immers inteelt veroorzaken. Dit is niet gewenst in verband met de regressie die daarvan het gevolg is. Pas als aan deze voorwaarden voldaan is kan een volk overgaan tot zwermvoorbereiding.
 
Hoe het verder gaat
Al in de voorbereiding worden speeldoppen aangezet. Dit zijn de aanzetjes tot koninginnencellen (moerdoppen). Ze bestaan uit een wat hol wasbouwseltje, dat wel wat lijkt op het kapje waarin een eikel gegroeid is. Zo’n speeldopje ontstaat en verdwijnt weer, soms al na een paar uur. Het ontstaan van speeldopjes is overigens geen bewijs dat er een zwem opkomst is. Dit "spelletje" gaat door tot de koningin gedwongen wordt er een eitje in te deponeren. Dan heet het ineens geen speeldop meer, maar is het een "moerdop" of "zwermcel". De cel wordt de komende dagen uitgebouwd tot een banaanvormige cel, waarin de nieuwe koningin zich kan ontwikkelen. Nu is er zelden meer een terugkeer mogelijk en zal er vrijwel zeker t.z.t. een zwerm afkomen.
Intussen ontstaan er de komende dagen hoe langer hoe meer belegde zwermcellen. Het houdt pas op als de koningin het volk verlaat. Dat moment is er als de oudste dop gesloten wordt en daarin het popstadium van de bewoonster begint (9 dagen nadat het ei is gelegd). Gedurende deze negen dagen zie je in het volk hoe langer hoe meer luierende bijen ontstaan. Dit zijn oudere bijen die zich onttrekken aan hun sociale verplichtingen. Bedoeld is dat zij niet meer deelnemen aan vooral het voederen van larven. Zij gaan dus wel wat lijken op winterbijen die wat langer leven, wat in deze omstandigheden heel nuttig is. Ook wordt de laatste dagen de koningin op dieet gezet, waardoor haar ei-productie vermindert en zij behoorlijk afslankt, zodat haar vliegvaardigheid met sprongen toeneemt.
 
De zwerm komt af
Op een zeker moment is het zo ver dat de zwerm de kast verlaat. Allereerst zuigen de zwermende bijen zich vol met honing, zodat er een voedselvoorraad mee gaat,waarop ze zeker drie dagen vooruit kunnen. Meestal tussen 10.00 en 13.00 uur  is het zo ver. Tienduizenden bijen haasten zich naar buiten, in de haast over elkaar rollend. De moer komt meestal als één van de laatste. 
Een regenbui of erg slecht weer kan het tijdstip van zwermen wel een dag uitstellen. Ook als de moer geknipt is komt de zwerm meestal enkele dagen later.
In de zwerm vindt je bijen die alle werkzaamheden, ook bouwen(!), kunnen verrichten. Zelfs darren vliegen mee.
Op het moment van zwermen verlaat de koningin samen met ongeveer de helft van het volk de woning. Als een volk 40.000 bijen telt, wat onder deze omstandigheden een normaal aantal is, gaan dus 20.000 bijen tegelijkertijd de lucht in. Dat levert een imposant schouwspel op, dat ook goed hoorbaar is! De leek die dat voor het eerst meemaakt raakt beslist geïmponeerd! De wolk van bijen vliegt vrij hoog op en kan daarbij de zon wat verduisteren. Maar het hele gebeuren duurt niet lang. Al heel gauw zetten de bijen zich neer op takjes en bladeren en op van alles wat maar mogelijk is. Maar als ze bijna onmiddellijk ontdekken dat op deze plaats de moer niet aanwezig is vliegen ze meteen weer op. Ergens is een plekje waar de moer zich wel bevindt. De bijen die daarbij aanwezig zijn beginnen dadelijk te stertselen Dit teken wordt door de andere bijen spoedig waargenomen en alle vliegen hier aan, zodat er een grote kluwen bijen (de zwermtros) ontstaat. Meestal hangt de tros na een minuut of acht.
Als de moer gemist wordt zal de zwerm na een half uurtje zoeken weer terugkeren op de oude woning.
Al heel gauw verlaten ervaren vliegbijen de zwermtros en gaan in de omgeving op zoek naar een mogelijke woonplaats. De koningin met de andere bijen blijven achter en wachten af wat het resultaat van het onderzoek zal zijn. De speurbijen komen weer terug en delen hun ervaringen mee door middel van de bijendans, die zij op de oppervlakte van de zwermtros uitvoeren (zie hfst. communicatie). Het dansen is duidelijk waar te nemen en ook wel enigszins door mensen te begrijpen. De informatie die dit dansen oplevert wordt door andere bijen begrepen en gecontroleerd. Er ontstaat en zekere eensgezindheid over de kwaliteit van de gevonden mogelijkheden en daarmee een voorkeur voor een bepaalde plaats. Je ziet de dansen hoe langer hoe meer uniform worden. Als een consensus is bereikt vertrekt de hele familie naar de nieuwe plek, daarbij gegidst en voorafgegaan door de ontdekkers van die plaats.
Het komt wel voor dat de nieuwe aanvliegplaats niet de ideale nieuwe woonplaats blijkt te zijn. Vanuit deze plek begint dan het hele proces opnieuw, totdat de uiteindelijke bestemming gevonden is. Zo kan de zwerm van plek tot plek hoppen voordat een einddoel bereikt is. De diverse aanvliegplaatsen kunnen kilometers uit elkaar liggen.
Hoe lang  een zwerm blijft hangen is moeilijk aan te geven. Een enkele maal is ze na een half uur al vertrokken, maar meestal duurt het wel enkele uren. Soms wordt een zwerm overvallen door een behoorlijke regenbui en blijf hij definitief ter plaatse en beginnen de bijen er hun raten te bouwen. Omdat dit meestal niet de ideale plek is heeft deze zwerm niet veel kans lang te overleven.
Zwermen is dus de normale manier van vermenigvuldigen van een bijenvolk, maar die is niet zonder risico. Als de zwerm afkomt is de eerste, en meestal definitieve, aanvliegplaats meestal niet ver verwijderd van de plaats waar het achtergebleven volk zich bevindt. Vaak is het niet verder dat 10 meter. Ook is die plek niet erg hoog boven de grond. Dit wordt in verband gebracht met de vliegvaardigheid van de koningin, die het eitjesleggen nog niet helemaal heeft kunnen stopzetten. Dit natuurlijk tot genoegen van de imker die deze zwerm daardoor vrij gemakkelijk kan scheppen.

Het achtergebleven volk
In het achtergebleven volk wordt meestal aanduidt met de term "het oude volk", maar is in feite het "het nieuwe volk". Immers de oude bijen met de oude moer vertrekken en zoeken een nieuwe woonplaats. De achterblijvers tellen hoofdzakelijk jonge bijen en krijgen een nieuwe moer, en heeft dus meer recht te worden aangeduid als "het nieuwe volk".
In de kast bevinden zich dus nog ongeveer 20.000 bijen plus een hoeveelheid open en gesloten broed, waaronder een aantal moerdoppen in diverse stadia van ontwikkeling. Als de eerste zwerm, de voorzwerm op tijd is vertrokken duurt het nog zes dagen tot de oudste dop uitloopt. De moer die hier is uitgelopen begint bijna onmiddellijk met een merkwaardig gedrag dat men "tuten" noemt. Het geluid dat zij daarbij voortbrengt heeft een toonhoogte van ongeveer 1200 Hz. en wordt veroorzaakt doordat zij haar borst tegen de raat drukt en gelijktijdig haar vliegspieren laat trillen. Dat trillen kunnen we niet waarnemen, omdat haar vleugels onbeweeglijk blijven. Het tuten is duidelijk waarneembaar, zelfs buiten de kast. Ze blijft dit dagenlang volhouden. De overige doppen ontwikkelen zich intussen rustig verder. Er komt een tijdstip dat dop nr.2 rijp is om uit te lopen. De moer in deze dop ervaart het tuten van haar oudste zuster en besluit niet uit te lopen. Er horen immers geen twee moeren in hetzelfde volk. Haar zuster zou haar ogenblikkelijk opzoeken en afsteken. Zelf zou ze nu geen enkele kans hebben. Daarom blijft ze zitten waar ze zit . Maar ze heeft wel schreeuwende honger. Ze knaagt daarom een spleetje in het deksel van haar cel. Nu kan ze haar tong naar buiten steken en bedelen om voedsel. Geen enkele voedsterbij kan aan dat verzoek weerstand bieden en dus wordt ze regelmatig gevoerd.
In haar cel maakt ze op dezelfde manier als haar vrij loslopende zuster een geluid dat echter in onze oren wat lager klinkt en dat wel lijkt op kikkergekwaak. We noemen haar dus een "kwaker".
Zo ontstaan er dus in de loop van enkele dagen een tuter en verscheidene kwakers. De kwakers worden door de bijen bewaakt zodat de tuter geen kans krijgt haar iets aan te doen. De bewakers trommelen ook voortdurend met de voorpoten op de cel, wat voor de kwakers betekent dat zo onder geen voorwaarde mogen uitlopen.
Tuten en kwaken hebben echter wel een biologische betekenis. Het tuten betekent voor de kwakers dat zij niet moeten uitlopen. Het kwaken betekent voor de tuter dat zij niet kan blijven, maar zal moeten zwermen. Zo ontstaat er een tweede, een derde en misschien wel een vierde zwerm uit hetzelfde volk. Met noemt dit "nazwermen". Elke nazwerm neemt weer de helft van de aanwezige bewoners met zich mee. Daardoor worden de nazwermen steeds kleiner.
Bij de eerste nazwerm is dat niet zo heel duidelijk te zien. Want in de week die verloopt tussen de voorzwerm en de eerste nazwerm lopen nog duizenden bijen uit. Dat is het gevolg van het feit dat de oude moer nog bleef eitjes leggen tot zij vertrok. Maar bij de volgende zwermen is dat wel duidelijk waarneembaar.
Er blijven tenslotte zo weinig bijen over dat het onverantwoord wordt nog verder te delen. De bijen beschermen dan de overgebleven doppen niet meer, zodat de tuter deze kan benaderen en door de wand heen haar aanstaande zusters kan afsteken. De bijen knagen daarna de zijwand van de cel open en verwijderen de inhoud daarvan.
Daarmee houdt ook het zwermen op, maar de imker heeft een dusdanig klein volkje overgehouden dat hij niet mag verwachten daarvan nog enige honing te kunnen slingeren. Aanhouden van zulke kleine volkjes is weinig zinvol. De meeste zien geen kans uit te groeien tot een volk dat zo sterk is dat het de winter kan overleven.
De imker kan probleemloos zulke volkjes samenvoegen. Men noemt dat "verenigen". Nazwermen kunnen zonder meer verenigd worden, zelfs na enige dagen en ook is het geen bezwaar als ze van verschillende afstamming zijn. De bijen bepalen zelf welke koningin de beste is; de andere ruimen ze op. Nazwermen kunnen verenigd worden met nazwermen. Voorzwermen kunnen desgewenst even gemakkelijk verenigd worden met voorzwermen. Probeer echter nooit een voorzwerm te verenigen met een nazwerm: het wordt een ware slachtpartij.

Het afkomen van een nazwerm.
Er zijn duidelijke verschillen tussen de voorzwerm en de nazwerm.
  - De voorzwerm bevat een leggende moer, de nazwerm maagdelijke moeren
  - De voorzwerm bevat één moer, de nazwerm meerdere, want in de euforie van het gebeuren worden de zwermcellen niet langer bewaakt en zien verscheidene jonge moeren kans uit te lopen en mee te zwermen (Uitlopende moeren zijn direct vliegvaardig, dit in tegenstelling met pas uitgelopen werksters en darren.)
  - De nazwerm vliegt verder weg en kiest ook meestal een hogere plaats om aan te vliegen.
  - Het tijdstip van zwermen is minder gebonden aan het midden van de dag.
  - Doordat er meerdere moeren aanwezig zijn zullen zich meerdere trosjes vormen. Werkbijen drijven de trosjes naar elkaar zodat één tros ontstaat.
  - In de verzamelde tros zoeken de moeren elkaar op en steken elkaar af. Je kunt dit beschouwen als een selectieproces (survival of the fittest).
  - De moer in een nazwerm zal niet meteen overgaan tot het afzetten van eitjes: ze moet eerst nog paren.    
  - Beide zwermen zijn bijzonder ijverig en bouwen prima, meestal uitsluitend fijn werk.

Het scheppen van een zwerm
Als een zwerm is aangevlogen heeft de imker meestal een paar uur de tijd om de zwerm te "scheppen". Soms gaat dat gemakkelijk, soms is er improvisatie voor nodig.  Het is verstandig de zwerm allereerst wat te bevochtigen met wat water uit de plantenspuit. Daardoor gaat de tros wat compacter zitten. Bovendien kunnen natte bijen niet vliegen. Een kieps is ideaal gereedschap om de zwerm in op te vangen. Een kieps is een kleine trechtervormige korf die wat wijder is dan een normale korf. Bovendien is een strokorf iets, waarin bijen zich gemakkelijk schijnen thuis te voelen. Dat komt waarschijnlijk doordat bijen er zich gemakkelijk in kunnen vasthouden. Bovendien ruikt de kieps naar bijen als hij een paar maal gebruikt is. Om hem extra aantrekkelijk te maken wordt hij meestal iets bevochtigd met water uit de plantenspuit.
Het is onmogelijk alle bijen in één keer in de kieps te krijgen. Dat is niet erg op voorwaarde dat de moer wel aanwezig is. Zo niet dan zullen de bijen het korfje spoedig weer verlaten en even later hangt de hele familie weer in de boom en kan de imker opnieuw beginnen.
Als het moertje wel aanwezig is zullen de bijen het korfje als nieuwe woonplaats aannemen en zullen alle bijen zich daar verzamelen. Daarom wordt de kieps in de buurt (binnen een straal van 10 à 15 meter) zodanig opgesteld dat de zon er de komende uren niet onbeperkt op kan schijnen.  Ook is het verstandig tevoren een doek uit te spreiden en daarop het korfje op te stellen, zodanig dat een zijde wat opgetild wordt door bijvoorbeeld een steen. Daardoor krijgen de bijen kans om in en uit te vliegen. Daarna moet  het korfje blijven staan tot het bijenvliegen geëindigd is. Daardoor zullen afwezige bijen alsnog kunnen aanvliegen. Ze worden daarbij geholpen door het stertselen van een aantal bijen. De daarbij verspreidde geurstoffen helpen de thuiskomers de juiste plaats te vinden. Deze gang van zaken heeft de volgende redenen:
  - Neem je de kieps meteen mee, dat zullen naast de korf gevallen bijen en speurbijen verloren gaan. Dat kan in aantal de helft van de zwerm betreffen. Deze bijen zullen nog dagenlang om de plek blijven zoeken en kunnen knap lastig worden, waarbij ook wel eens een steek valt.
  - De zwerm mist een categorie bijen die moeten zorgen voor het fourageren; dat kan een probleem worden voor een voorspoedige ontwikkeling.
Nadat de bijenvlucht beëindigd is kan de kieps worden opgedoekt met de doek waarop hij staat en probleemloos worden vervoerd.

Het plaatsen van een zwerm
Je hoeft niet kritisch  te zijn voor wat betreft de plaats  van de nieuwe kast. Desnoods zet je die vlak naast de oude woonplaats. Wonderlijk genoeg verliezen zwermen het geheugen voor de vorige woonplaats. Ze zullen dus niet vervliegen. 
De zwerm kan het best ’s avond worden geplaatst. Soms heeft een zwerm de neiging de aangeboden kast te verlaten, maar als er eenmaal gebouwd is zal dat zelden gebeuren. Liefst plaatsen we een volk in een bijenkast die bestaat uit een bodem, broedkamer, dekplank en dak. De broedkamer is gemeubileerd met uitsluitend kunstraat, ook als het een voorzwerm betreft met een leggende moer. Zelfs het geven van één enkele uitgebouwde raat geeft al complicaties. Het is ook onnatuurlijk, want een zwerm is helemaal geprogrammeerd op het bouwen van een nieuw nest uit het niets. 
Het plaatsen gaat het gemakkelijkst als onder de broedkamer tijdelijk een lege broed- of honingkamer wordt gezet. Nadat de bijen los geklopt zijn van de kieps kunnen ze daarin worden gegoten. Een paar flinke klappen op de kieps doen de laatste bijen op hun plaats belanden. De bijen beginnen direct omhoog te kruipen, maar voor de eerste boven zijn wordt de gemeubileerde broedkamer er op geplaatst en dekplank en deksel gelegd.
De volgende morgen wordt even de dekplank gelicht om te zien hoe de bijen zich gedragen. Als ze rustig in de straatjes zitten is alles in orde en wordt de onderste (lege) bak weggenomen. Vervolgens wordt de zwerm minstens drie weken met rust gelaten. Sommige imkers denken dat zij een zwerm moeten voeren, vooral omdat was produceren en raten bouwen veel voedsel vraagt. Tenzij het absurd slecht weer wordt en de bijen absoluut niet kunnen uitvliegen is dat echter onnodig. Wie echter meent dat toch te moeten doen mag dat beslist niet doen voor de avond van de derde dag.
 
De imker en het zwermen
Het meebeleven van een zwerm is op zich een heel fascinerende belevenis die echter voor de imker een behoorlijke hoeveelheid werk met zich brengt. Allereerst moet hij zien te ontdekken welk volk de zwerm heeft afgegeven. Na tien minuten is dat aan de buitenkant niet meer te ontdekken: alles is weer strikt normaal. Als hij geen maatregelen neemt volgt de ene zwerm na de andere en dat nemen de buren beslist niet in dank af.
Om te ontdekken bij welk volk hij moet ingrijpen zal hij alle volken op de stand moeten controleren op zwermcellen. Het volk waar hij ze vindt is de ‘boosdoener’. Daarvan moet hij alle ramen bijvrij maken en raat voor raat nauwkeurig controleren op zwermcellen en deze stuk voor stuk wegnemen. Daarbij mag er geen enkele over het hoofd worden gezien. Het gevolg zou zijn dat er dan toch weer zwermen komen en het werk vergeefs was. Voordat hij deze handeling uitvoert moet hij zich eerst overtuigen dat er nog eitjes aanwezig zijn. Als dat nagelaten wordt hebben hij en de bijen een probleem. 
De reactie van het bijenvolk is het aanblazen van redcellen (daarom moeten er eitjes aanwezig zijn). Op de dertiende dag na de ingreep moet er weer handelend worden opgetreden. Hoe dat in zijn werk gaat wordt besproken in het hoofdstuk "zwermverhindering" bij het begrip :poppen breken". De nieuwe koningin die dit proces oplevert zal dit jaar niet meer zwermen.

Zwermverhindering
Het nut van afleggers
Een aflegger maak je door een aantal bijen van een volk af te nemen en in een nieuwe kast te plaatsen. Deze bijen hebben in deze kast niets te zoeken en zullen dus proberen naar het oude volk terug te vliegen. Dit heet afvliegen. Bij oudere bijen lukt dat het best- zij kennen immers de weg.
Dat wordt anders als ze iets te verzorgen hebben. Dat kan zijn door wat vooral open broed mee te geven: een "broedaflegger". Ook het meegeven van een koningin houdt de meeste bijen bij elkaar, (koninginneaflegger). Zelfs het meegeven van één of meerdere doppen heeft een goed effect. Door het maken van afleggers ontstaan nieuwe volken. 
 
Kunstzwermen
Het maken van een aflegger is ook een goede manier om het zwermen in de hand te houden. We spreken dan meestal van kunstzwermen, maar dit is precies hetzelfde als een aflegger.
Een kunstzwerm moet gemaakt worden als er nog geen zwermdrift aanwezig is. Enkele speeldopjes hebben geen betekenis, maar als deze dopjes belegd zijn ben je eigenlijk te laat. Want als er eenmaal een jonge koningin aanwezig is en aan bruidsvluchten toe is kan de aanwezige zwermstemming aanleiding zijn tot het ontstaan van een bruidszwerm. Hierbij gaat niet alleen de jonge moer op avontuur, maar zal een deel van de bijen haar willen vergezellen. Dat loopt natuurlijk niet goed af.
Hoe die afloop zal zijn is moeilijk te voorspellen, maar als dit zwermen tot het einde toe wordt uitgevoerd hebben de achterblijvende bijen , en de imker een levensgroot probleem: er zij dan immers geen eitjes meer om nieuwe redcellen aan te zetten.
Er zijn twee soorten kunstzwermen: de veger en de vlieger. Welke van de twee je gaat gebruiken hangt af van de omstandigheden; voornamelijk van de dracht. In een drachtloze of drachtarme periode heeft de veger de voorkeur. Bij doorgaande dracht kun je beter een vlieger maken.

 Veger
De naam "veger" wijst erop dat bijen in een andere kast worden geveegd. Je gaat als volgt te werk: Naast de kast waarvan je een veger wilt maken plaats je een nieuwe bijenkast. Vroeger was dat meestal een zesramer, maar je kunt met meer gemak een tienraams kast gebruiken. In die kast komen aan de kant die het meeste zonlicht vangt allereerst een raam met voer. Dan zoek je in het volk het raam waarop de koningin loopt. Dit komt naast het voerraam te hangen. Als er niet erg veel broed op aanwezig is ook nog een tweede raam met voornamelijk uitlopend broed.
Vervolgens verzamel je de bijen van tien ramen. Dat is ongeveer de helft van de aanwezige bijen. Het is fijn als dat overwegend jonge bijen zijn. Deze voeg je bij de veger. Je hangt er nog een paar ramen kunstraat bij. Dat behoeven er geen 7 of 8 te zijn, maar het mag wel. Je kunt er ook nog wel ramen bijhangen als de bijen er aan toe zijn. Tenslotte wordt de kast gesloten met dekplank en deksel. Het vlieggat wordt zo ver verkleind dat er slechts 5 mm. doorgang overblijft en er maar één bijtje tegelijk naar binnen of naar buiten kan waardoor de vliegopening goed verdedigd kan worden.
In het hoofdvolk zijn enkele ramen verdwenen. Die moeten worden aangevuld. Het beste is hiervoor uitgebouwde ramen te nemen. Er is nu immers geen moer meer aanwezig en moerloze volken bouwen niet zo goed. Als je echter niet kunt beschikken over uitgebouwde ramen lukt het ook wel met kunstraat.

In de dagen die komen zullen de vliegbijen afvliegen. Er blijft allen een klein volk over met wat broed, jonge bijen en een moer. Jonge bijen kunnen niet foerageren, vandaar het voerraam. Ze kunnen zich evenmin verdedigen; vandaar het kleine vlieggat. Na een paar dagen herstelt zich dat omdat sommige jonge bijen noodgedwongen vervroegd vliegbijen worden. Het volkje zal nu gaan groeien. Je kunt aan de bijtjes wel merken wanneer het vlieggat iets groter kan. Dat geeft betere mogelijkheid voor ventilatie. De laatste jaren wordt het meer en meer gebruikelijk broed in de veger helemaal achterwege te laten. De gedachte hierachter is dat varroamijten die in het broed bevinden ook achterblijven. Je maakt zo een nieuw volk dat nagenoeg varroa vrij is, zeker als de bijen nog worden behandeld met oxaalzuur of melkzuur. Dat moet dan gebeuren voordat gesloten broed aanwezig is. Een broedloze aflegger moet verplaatst worden, zodat ze niet kunnen afvliegen.

Vlieger
Ga als volgt te werk.
- Verplaats het hoofdvolk
- Zet op de oude plaats een kast, die liefst een beetje lijkt op de oude kast.
- Meubileer de nieuwe kast met het raam waarop de koningin loopt.
- De rest van de plaatsen wordt opgevuld met uitsluitend uitgebouwde ramen.
Vliegbijen uit het hoofdvolk zullen afvliegen op de nieuwe kast. Die staat immers op de plek waarop zij georiënteerd zijn. Hier treffen zij hun vertrouwde moer en zullen ijverig aan het werk gaan. Mede omdat er nauwelijks broed te verzorgen is zal de kast snel worden vol gedragen met honing.
Het aanvliegen zal beter verlopen als op de oude plaats de bodem blijft staan en de oude kast op de nieuwe plek een nieuwe bodem krijgt. Op de oude bodem zitten immers de wachtbijen en die zullen de aanvliegers een vertrouwd gevoel geven, waardoor het aanvliegen beter verloopt. Het spreekt voor zich dat slecht weer veel roet in het eten kan gooien. Het is beter te wachten met het maken van een vlieger tot beter vliegweer is aangebroken.

Het hoofdvolk
In beide gevallen, of nu een veger of een vlieger is gemaakt, is de moer uit het volk verdwenen. Daardoor zullen de bijen zich na een halfuurtje zich moerloos gaan voelen en gedragen. De imker kan dat merken aan de bijen die zoekend door de kast gaan en zelfs op de buitenkant zoekend rondgaan. Daarnaast is een voortdurend zoemend geluid waar te nemen, dat "huilen" wordt genoemd.
Niet lang daarna besluiten de bijen voor een nieuwe moer te zorgen. Ze kiezen daarvoor een aantal larven uit van de leeftijd van ongeveer één dag. Deze larve heeft immers tot dit ogenblik hetzelfde voer gekregen als een moer zou hebben gehad en kan daardoor uitgroeien tot een volwaardige moer.
Omdat er nu geen eitjes meer worden gelegd en er dus minder broed hoeft te worden verzorgd worden deze larven extra goed verzorgd. Ook worden wat naburige cellen weggehaald en wordt begonnen de bestaande werkstercel te verbouwen tot een moerdop. Men noemt dit soort doppen redcel, maar niet omdat ze rood zijn.
Redcellen tref je aan midden in vlakken met gesloten broed. Dit is in tegenstelling met zwermcellen die veel meer gezien worden aan de randen van een raat. Vaak lijken redcellen kleiner dan zwermcellen, maar dit is slechts schijn omdat een redcel zijn basis heeft op het verticale vlak van de middenwand. In zijn ontwikkeling is een redcellarve nog vijf dagen larve. Dan volgt een popstadium van zeven dagen. Op de twaalfde dag is er dus een tuter. Als nu niet wordt ingegrepen is de voortgang gelijk aan zoals hiervoor besproken bij het zwermen. Dat wilden we juist niet. Daarom moeten de doppen die nog niet zijn uitgelopen worden weggenomen. Dit moet beslist op de dertiende dag en verdraagt geen uitstel. Deze werkzaamheid staat bekend als het breken van de doppen.
Bij het wegbreken van de doppen zul je vaak meerdere rijpe moeren aantreffen. Het is geen bezwaar een paar van die moeren alsnog te laten inlopen. Je benadert hetgeen gebeurt in een nazwerm en kan worden opgevat als een vorm van selectie. Dit mag echter uitsluitend gebeuren na vier uur in de middag, omdat op dit tijdstip geen zwerm meer valt te verwachten. De ingelopen moeren zoeken het ‘s nachts zelf wel uit, waarbij we hopen dat de beste blijft.
Bij zwermtrage volken, gecombineerd met goede dracht, kom het voor dat op de dertiende dag nog geen rijpe moer aanwezig is. Om problemen te voorkomen is het verstandig een raam waar zichtbaar enkele doppen op voorkomen voorzichtig en zonder stoten terzijde te zetten , samen met de opzittende bijen. De bijen houden de doppen warm en dat voorkomt schade aan poten en vleugels van de moer in ontwikkeling. Als een tuter wordt waargenomen of als een uitgelopen dop wordt gevonden kunnen deze doppen alsnog worden gebroken. In het geval dat dit niet zo is kan het raam voorzichtig worden terug gehangen en de volgende dag geïnspecteerd. Na het doppen breken kan de kast worden gesloten en drie weken met rust worden gelaten.
Een goede gewoonte is niet alle doppen te breken, maar een raam met enkele doppen te gebruiken om een afleggertje te maken, waarin een goede reservemoer. Hiervoor wordt meestal een drieramertje gebruikt. Dit volkje zal, ondanks dat er meerdere doppen aanwezig zijn, zeker niet zwermen. Zorg wel voor voldoende voer.

Moerzoeken
In het voorgaande is gesproken over een raam waarop de moer loopt. Maar dat raam moet eerst gevonden worden. En vooral voor de beginnende imker is het moeilijk die ene bij te vinden tussen die 40.000 andere. Daarom zijn een paar tips misschien wel op zijn plaats.
- Kies zo mogelijk een mooie dag waarin veel vliegbijen niet thuis zijn: dat scheelt alweer de helft.
- Geef zo weinig mogelijk rook, liefst helemaal niet: de bijen worden niet gestoord en blijven rustig aan het werk. Dat vergemakkelijkt het overzicht.
-  Begin het zoeken in de onderste bak. Hoe langer je wacht, hoe meer vliegbijen er thuiskomen.
- Het zoeken begint aan de kant waarop de zon schijnt. De twee eerste ramen worden gecontroleerd en terzijde gezet als er geen moer op loopt. Er ontstaat nu een ruimte waardoor je omlaag kunt kijken.
- Als je het derde raam hebt uitgenomen kijk je direct omlaag langs het vierde raam. Als daarop de moer loopt zie je haar meestal dadelijk wegschieten, want ze is lichtschuw en haar vluchtpoging valt duidelijk op. - - Vanaf het derde raam worden deze niet meer buiten, maar in de kast terzijde geschoven.
- Als alle ramen gecontroleerd zijn worden ze teruggezet op hun oorspronkelijke plaats, waarbij gezorgd moet worden dat de voorkant de voorkant blijft.
- Je kunt nu aan de tweede bak beginnen. Deze mag echter niet op de onderste geplaatst worden, want dan is de moer nog eerder beneden dan je er het eerste raam hebt kunnen uitnemen.
- De eventueel aanwezige honingkamer(s) worden daarna ook doorzocht als de moer niet is gevonden. Als hierin uitsluitend honig aanwezig is zal de moer zich hier hoogstwaarschijnlijk niet bevinden.
- Als de moer echt onvindbaar is bestaat er nog een wat onaangename manier om haar toch te vinden. Alle bijen moeten dan worden verzameld in een grote emmer. Deze emmer wordt leeggestort in een lege broedkamer die extra op de bodem is gezet. Op deze bak met bijen wordt snel een moerrooster gelegd. Daarbovenop komen de andere bakken. Na verloop van tijd zullen de werkbijen door het rooster naar boven zijn gegaan, maar de darren en de moer lukt dat niet en kunnen onder het rooster gevonden worden.

Het zwermen (Overzicht)
Voorwaarde voor een succesvol imkeren is het kunnen controleren en beheersen van het zwermgedrag.
 
Doel van het zwermen
Het laten voortbestaan van het bijenvolk. Aanpassen aan een veranderend milieu door nieuwe combinaties van eigenschappen Als een volk zich sterk genoeg acht vertrekt de koningin met een deel van de bijen om een nieuw volk te stichten, dat eigenlijk de voortzetting is van het oude volk, maar op een nieuwe locatie.
Een zwerm vertrekt niet voordat de achterblijvers goed verzorgd zijn: voldoende voorraad en mogelijkheid voor nieuwe moer(en).
Het achterblijvende volk kan zich opnieuw splitsen: nazwerm. Ze krijgen jonge moeren, waarvan de eigenschappen verschillen van de moer uit de voorzwerm en daardoor wellicht beter zijn aangepast aan een veranderend milieu.
 
Voordeel van het zwermen
Een koningin krijgt een ‘vliegende start’, omdat zij niet alleen hoeft te starten zoals moeren van wespen en hommels. Een zwerm is een compleet volk: moer + werksters in alle categorieën + darren + voor enkele dagen voedsel.
 
Nadeel van het zwermen: 
Zwermen is riskant en kan mislukken. Ook bruidsvluchten in het afgezwermde volk kunnen mislukken (hopeloos moerloos).
 
Ontstaan van zwermdrift
- Veel voedsters die hun voedersap niet kwijt kunnen.
- Het volk krijgt ruimtegebrek: geen lege cellen.
- Door de grote hoeveelheid bijen ontstaat een verminderde circulatie van het koninginnenferomoon. (ook: wegvallen van dracht, waardoor veel vliegbijen thuis).
- Het is het aangeboren drang tot vermenigvuldigen.
- Het ontstaan van zwermdrift is niet voor alle bijenrassen gelijk.
- Het is voor de imker niet mogelijk te "meten" of aan alle zwermfactoren is voldaan.
- Het is moeilijk zwermstemming om te buigen
 
Het zwermprogramma
(Aanzetten van speeldopjes.)
1. Beleggen van speeldopjes
2. Als de werksters de eitjes met rust laten 9 dagen lang
3. Moer krijgt minder voedsel
4. Minder eitjes
5. Afname lichaamsgewicht
6. Alle werksters gaan meer voedsel opnemen (tot 35 mg)
7. Enkele dagen voor het zwermen gaan bijen clusteren aan de onderlatten.
8. Werksters voeren de z.g. trildans uit tot wel 300 x per uur. Gevolg: Moer laat zwermcellen ongemoeid.
9. Enkele dagen voor het afkomen van de zwerm zoeken speurbijen naar een ev. nieuwe woning.
10. Bijen produceren geluidsstootjes van ong. ¼ sec. toonhoogte 400 à 450 Hz. , waardoor bijen in beweging komen. Vervolgens storten ze zich massaal naar buiten. De voorzwerm komt af. Dit is vaak het geval als de eerste zwermcel gesloten wordt (weersomstandigheden). Bijna alle bijen vliegen uit, maar een aantal besluit in de kast te blijven en vliegt terug.
11. De zwerm vliegt aan. Groepjes bijen zetten zich neer. Bij één zo’n groepje voegt zich de moer. Deze bijen beginnen heftig te stertselen en de rest vliegt aan binnen 5 à 10 minuten. (Geknipte moer)
12. De definitieve nieuwe woonplek wordt vastgesteld. 13. De zwerm vliegt weg, meestal naar de nieuwe woonplaats, soms vliegen ze een paar km. verderop weer aan.
 
De voorzwerm
- Neemt ong. de helft van de werksters mee.
- Hun leeftijd varieert tussen 4 en 24 dagen
- Zij vormen een zwermtros met een mantel van 3 bijen dik: bijen van 18 – 21 dagen.
- Bijen in het inwendige van de tros zijn jonger dan 21 dagen
- In de mantel is een ingang naar het inwendige van de tros.
- De voorzwerm bestaat uit huisbijen en vliegbijen (verhouding 2 : 1)
- Ze blijft een uur, een dag of zelf meerdere dagen hangen.
- Meestal wordt op de plaats van de zwerm enige was afgezet.
 
Het volk na het afkomen van de voorzwerm.
In het volk bevinden zich in zwermcellen met jonge moeren in diverse stadia van ontwikkeling.
7 Dagen na het sluiten van de eerste cel loopt deze uit. Tuter (hoe?)
Er ontstaan meer rijpe doppen. Kwakers

Honger
Cellen van kwakers worden bewerkt met trildans: ze lopen niet uit. Niet uitgelopen cellen worden beschermd tegen te tuter. 
De tuter gaan K-feromoon aanmaken, maar geeft dat niet af (duurt 3 dagen) Daarna komt de nazwerm af, maar vlak ervoor houdt de trildans op, zodat meerdere moeren uitlopen en mee zwermen.
Het aanvliegen gebeurt vaak in groepjes, die naar elkaar worden gedreven.
Omdat de nazwerm een maagdelijke moer heeft duurt het enige tijd voor een broednest wordt gestart. (soort winterbijen)
Als de conditie van een bijenvolk dat toelaat zullen er meerdere nazwermen komen. Blijven er te weinig bijen over, dat zullen de resterende doppen niet langer worden beschermd. Gevolg: de bewoonster wordt afgestoken door de tuter. Er volgt dus geen zwerm meer (endeling).
 
Soorten zwermen
Voorzwerm – nazwermen
Endeling (ook enteling): laatste zwerm
Maagdenzwerm: moer zwermt voor de tweede keer dit jaar.
Keizer: moer zwermt voor de derde keer.
Zingende voorzwerm: na het mislukken van de voorzwerm.
Bruidszwerm: bruidsvlucht mislukt
Hongerzwerm.