Imkerij De Bijenhof 

 sinds 1980 

Communicatie.

Bij dieren onderscheidt men drie soorten signalen om te communiceren.
    • optische
    • akoestische
    • mechanische
    • chemische.
De meest primitieve van de genoemde middelen is de chemische. Zelfs bacteriën reageren er op. Hogere dieren maken ook gebruik van deze mogelijkheid. Een bepaalde geur kan maar een bepaalde betekenis hebben. Een ram bijvoorbeeld kan twee specifieke geursignalen afgeven: één om het spoor aan te duiden waarin de hele kudde volgt en één om zijn rivalen duidelijk te maken waar de grenzen van zijn territorium liggen. Hiervoor zijn twee verschillende geurklieren nodig, nl. de hoefklieren en de oogklieren.
Akoestische signalen komen veelvuldig voor, maar deze zijn voor het bijenverhaal niet zo belangrijk, want aan onze honingbij hebben een gehoororgaan dat alleen gevoelig is voor lage geluiden. Wel worden bepaalde trillingen die wij als geluid ervaren door bijen als trilling waargenomen. Dat gebeurt dan vooral met de poten. Dat soort signalen wordt o.m. uitgezonden door een pas geboren koningin.
Optische signalen kunnen erg verschillend zijn en gaan vaak samen met mechanische of chemische. Bij de bijen zijn ze prachtig waar te nemen als er een bij vervliegt op een vreemde vliegplank. Een wachtbij, die te herkennen is aan de opgerichte houding waarbij ze staat op de midden en achterpoten, voert een tamelijk hardhandig toelatingsonderzoek uit, waarbij de vreemdeling zich dit welkom zeer onderdanig moet laten welgevallen. Doet zij dit, dan is er meestal niets aan de hand en wordt zij toegelaten. Maar waagt zij het zich te verzetten of zelfs maar van enige irritatie blijk te geven, dan valt onmiddellijk de eerste steek en daar blijft het meestal niet bij. Ook stertselen en gifstertselen zijn zulke voorbeelden.
Stertselen lijkt op ventileren, maar nu is het achterlijf omhoog gericht en is de geurklier(Nassanovklier) uitgestulpt. Geursignalen worden ten behoeve van volksgenoten via de lucht verspreid om hen aan te trekken.  Stertselgedrag wordt veelvuldig vertoond bij de ingang van het nest,maar ook wel op andere plaatsen, bijv. bij een drachtbron of om te markeren op welke plaats een zwerm is aangevlogen. Gifstertselen vertoont dezelfde karakteristieke lichaamshouding als stertselen. Nu echter blijft de geurklier gesloten, maar wordt de angel uitgestulpt, terwijl met pompende beweging gif wordt geproduceerd. Dit alarmeert volksgenoten en maakt ze bereid om onmiddellijk aan te vallen. Dit soort stertselen treedt op als het nest beschadigt, bijv. omdat de imker de kast opent.

Bijendans
De bijendans maakt op een prachtige manier gebruik van alle drie soorten van signalen, die dan harmonisch samengaan en een duidelijke boodschap overbrengen. De betekenis van de bijendans werd het eerst begrepen door Karl von Frisch.
Bijen kunnen door het uitvoeren van de dans op de raat hun nestgenoten informeren over richting naar en afstand tot de voedselbron. Het aantal malen dat de dans wordt herhaald (op verschillende plaatsen), duidt op de kwaliteit (suikergehalte) van het voedsel. De dans wordt onderbroken voor uitwisseling van voedsel, waardoor rekruten een indruk krijgen van de smaak. Door de speurbij met de antennen te betasten nemen ze de geur van het voedsel op.
Een bijendans wordt soms wat slordig uitgevoerd, waardoor afwijkende informatie kan ontstaan. Door de dans een aantal malen (bijv. zes maal) te volgen zijn bijen in staat een gemiddelde te berekenen, waarna ze vervolgens regelrecht op het doel af gaan. De informatie over de afstand tot de voedselbron wordt aangeduid door de kwispelfrequentie hoe korter de afstand, des te sneller het kwispelen en omgekeerd.
Informatie over richting wordt gerelateerd aan de stand van de zon. De hoek gevormd door de richting van de zon en de richting van de voedselbron wordt teruggevonden in de hoek tussen loodrecht en de richting van de kwispelgang. Hierbij wordt rekening gehouden met de gewijzigde zonnestand in de tijd die verloopt tussen het vinden van het voedsel en het uitvoeren van de dans.
Als de afstand tot de voedselbron erg dichtbij is (bijvoorbeeld 50 m), dan wordt deze dans vervangen door de rondedans. Een tussenvorm van rondedans en kwispeldans staat bekend als de sikkeldans, die voor het eerst werd waargenomen door de Nederlander Hein.
De waarnemingen van een voedselbron vindt plaats in het horizontale vlak. De honingbij kan deze gegevens vertalen in een dans op verticale raat. Hierbij het zwaartekrachtorgaan van belang.
Bijen zijn in staat gepolariseerd licht waar te nemen. Daardoor kunnen ze de plaats van de zon bepalen, ook als die door wolken onzichtbaar wordt. Ze kunnen dus probleemloos foerageren op sombere dagen.