Imkerij De Bijenhof 

 sinds 1980 

De Bijen

We verzorgen onze bijen op een manier die zo natuurlijk mogelijk bij hen past. Dat betekent beslist niet dat we ze aan hun lot over laten. We werken met buckfastbijen. Dat is een ras dat bekend staat om zijn zachtaardigheid en werklust. Maar op een aantal momenten grijpen we toch in, zoals het zorgen voor schone raten en gezonde, vriendelijke bijen.

Vervangen van raten

In het vroege voorjaar is een bijenvolk door natuurlijke oorzaken veel kleiner dan in de zomer. Dan zijn er een aantal raten niet in gebruik. Dat is een goed moment om die oude raten weg te halen en ze te vervangen door nieuwe. Dat zorgt voor een goede hygiëne en daardoor ook voor een goede gezondheid van de bijen. Oude raten worden omgesmolten en de vrijgekomen was gezuiverd. Gerda maakt er kaarsen van. De lege raampjes worden ontsmet en opgeborgen voor hergebruik.

Zwermverhindering

Een bijenvolk heeft de neiging om van tijd tot tijd te zwermen. Dat is hun manier van voortplanting. Een zwerm kan uitgroeien tot een nieuw bijenvolk. Maar de omstandigheden in ons land zijn zodanig dat een bijenvolk niet zelfstandig en zonder de zorg van een imker kan leven. Oorzaken zijn o.a. voedselarmoede, ziekten, landbouwgif en gebrek aan woonruimte (holle bomen). Als een zwerm dus niet door een imker gevangen wordt gaat hij verloren. Daarom proberen we het zwermen te voorkomen. Maar natuurlijk ook omdat we niet graag  bijen verliezen.
Het voorkomen van zwermen doen we vooral door tijdig wat broed en bijen van een volk af te nemen en dat in een nieuwe bijenkast te plaatsen. Als dat op de juiste manier gebeurt zullen die bijen zelf voor een nieuwe koningin zorgen. Zo ontstaat een nieuw volk en wordt er niet gezwermd.

Ziektebestrijding

Over het algemeen houden bijen zich zelf gezond. Maar er is in alle volken sinds 1970 een parasiet aanwezig die leeft van bijenbloed. Daardoor verzwakken de geparasiteerde bijen. De mijten planten zich zo succesvol voort dat er op een zeker moment meer mijten zijn dan bijen. Daar moet een imker dus ingrijpen. We doen dat met niet giftige, organische middelen op een tijdstip dat de honing al is geoogst.
Er worden serieuze pogingen ondernomen de bijen zelf de baas te laten zijn over deze varroamijt. Verschillende groepen zijn wereldwijd al een stuk gevorderd, maar het einddoel is nog niet bereikt. 

Koninginnenteelt

Elk jaar proberen we zelf, maar met behulp van de bijen, nieuwe koninginnen te kweken. Dat doen we om zelf te selecteren en daarmee de goede eigenschappen van de buckfastbij te behouden.
Om op deze manier nieuwe koninginnen te kweken moeten heel jonge bijenlarven worden overgebracht uit het broednest naar kleine kunststof bekertjes, die lijken op de cellen waarin spontaan jonge koninginnen kunnen ontstaan. Die larven worden dan gegeven aan volken waarin geen koningin meer aanwezig is. De bijen zullen de larfjes dan groot brengen als koningin.
Voordat de jonge koninginnen worden geboren worden kleine kastje voorzien van voldoende voer en gevuld met wat bijen. Daarbij komt dan wat later de pasgeboren koningin. Na korte tijd gaat deze dan op bruidsvlucht en paart in de lucht met een aantal darren (mannelijke bijen). Als ze aan de leg is kan ze een te oud geworden koningin vervangen.

Een aantal van die kastjes worden naar Marken gebracht, nog voor bruidsvlucht heeft plaatsgevonden. Daar vliegen uitsluitend geselecteerde buckfastdarren rond. (zie: www.buckfast Marken). Als ze daar staan opgesteld kunnen ze rustig paren met deze darren en zo komt een gewenste combinatie tot stand.

De koninginnen die thuis bleven vertonen veel van de goede eigenschappen van de buckfastbij. Maar nu is er dus geen selectie uitgevoerd op de darren waarmee ze paart. Deze koninginnen zullen dus meestal niet de moeders zijn die zorgen voor de volgende generatie.